maandag 27 april 2015

Flitskaarten

Flitskaarten

Ik kwam dit tegen op Pinterest:


Flitskaarten zijn een goede manier om keer- en deelsommen te memoriseren. Je kan flitskaarten op meerdere manieren inzetten. Er kan individueel geoefend worden, maar zeker ook samen! Gebruik hiervoor de coöperatieve werkvorm FlitsKaarten. 

De werkvorm werkt als volgt:
De partners ondervragen elkaar in drie rondes aan de hand van FlitsKaarten; ze leren de stof beheersen en kunnen daar kaarten mee winnen.

In tweetallen: de tutee geeft zijn FlitsKaarten aan de tutor.
Eerste ronde: maximum aantal aanwijzingen. De tutor laat de vraag op de eerste kaart zien, leest de vraag, laat het antwoord zien op de achterkant van de kaart en leest dat ook. Dan draait de tutor de kaart om, leest de vraag nogmaals voor en geeft de tutee het woord om de vraag uit het hoofd te beantwoorden.
De tutee beantwoordt de vraag. Als het antwoord juist is, wint de tutee de kaart terug en ontvangt hij verrassende complimenten van de tutor. Als het antwoord onjuist is, laat de tutor de andere kant van de kaart nogmaals zien en biedt tutoring aan. Dan stopt hij de kaart terug bij de andere kaarten, om het later nog een keer te proberen.
Als de tutee alle kaarten heeft gewonnen, wisselen de partners van rol. Als de nieuwe tutee alle kaarten heeft gewonnen, gaan ze door naar ronde twee.
Tweede ronde: minder aanwijzingen. De procedure wordt herhaald, maar nu laat de tutor alleen de vraag op de voorkant van de kaart zien; de tutee moet antwoord geven op basis van wat hij heeft onthouden.
Derde ronde: geen aanwijzingen. De procedure wordt herhaald, maar nu stelt de tutor de tutee vragen zonder de FlitsKaarten te laten zien.



Thinglink: Koningin Wilhelmina

Interactieve afbeelding: Koningin Wilhelmina

Via de links die in de afbeelding zijn verwerkt komen de leerlingen meer te weten over de rol van Koningin Wilhelmina tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er zijn ook verwijzingen naar www.entoen.nu Op deze website zijn vele films en afbeeldingen te zien. Klik op 'interactieve afbeelding' om naar de website te gaan.

Interactieve afbeelding

Een vaas met bloemen

Thema lente

Om de lente in de klas te krijgen kan je een vaas met bloemen knutselen. Hieronder beschrijf ik hoe je de tulp, narcis en hyacint moet maken.

De vaas met bloemen (gemaakt door mij)


Gemaakt door de leerlingen van groep 6




Tulp
Nodig:
- vouwblaadjes 12x12
- groen papier voor de steel
- lijm
- schaar

1. Vouw 16 vakjes
2. Maak een knip in het midden (zie foto)
3. Smeer lijm op het derde vakje (het vakje naast de knip)
4. Plak de vakken aan elkaar
5. Plak de bloem aan de steel. 




Hyacint
Nodig:
- A4-papier
- Schaar
- Lijm
- Groen papier (steel)

1. Knip een strook groen papier en lijm hier een kokertje van. Dit wordt de steel van de hyacint. 
2. Knip een roze/wit/paars A4-papier in 4 gelijke delen. 
3. Vouw een stukje papier in de lengte door en plak dit onderaan vast. Knip in tot iets voorbij de helft. 
4. Wikkel dit strookje om de steel en plak de onderkant van de strook steeds vast aan de steel. Als dit gedroogd is, vouw je de bloemblaadjes open. Doe dit ook met de andere drie stukjes roze papier.

Narcis
Nodig:
- Groen papier (steel)
- Geel papier
- Oranje papier
- Schaar
- Lijm

1. Maak de blaadjes van de Narcis. Het zijn zes blaadjes. De blaadjes zijn symmetrisch. 
2. Maak van oranje papier een koker. Plak deze op de bloem. Knip er driehoekjes uit. 
3. Plak de bloem op de steel.

vrijdag 10 april 2015

Werkvormen geschiedenis

Werkvormen geschiedenis


Hoe kan je het historisch denken en redeneren bevorderen? Hieronder heb ik twee werkvormen:
- Welk woord weg?
- Gevoelsgrafiek 

In de klas zijn wij nu bezig met het thema 'Wereldoorlogen en Holocaust'. De bestanden die ik deel zijn aan te passen. Je kan deze werkvormen bij elk tijdvak inzetten.

Bij 'welk woord weg?' is het de bedoeling dat leerlingen verbanden ontdekken en kunnen verwoorden waarom het ene woord er niet bijhoort. 

Bij de gevoelsgrafiek is het de bedoeling dat leerlingen zich verplaatsen in de personen. Doe dit met twee "soorten". Je ziet een mooie vergelijking. Bijvoorbeeld arbeiders en fabrieksdirecteuren. Geef de leerlingen naast de tabel een blad met jaartallen. Bij deze jaartallen staat uitgelegd wat er toen gebeurde. De leerlingen maken op basis daarvan de grafiek. 

Klik op de woorden om bij de bestanden te komen: